Volveldse teelten vormen de kern van het Dubbel Doel‑project en zijn bewust gekozen omdat ze landbouwkundig rendabel zijn én tegelijk bijdragen aan de ecologische doelstellingen van het project. Het gaat om teelten die volledig in het perceel worden geïntegreerd en geen losstaande of tijdelijke ingrepen vormen. Ze worden toegepast op landbouwgronden van deelnemende landbouwers en, via het pasmuntsysteem, ook op overheidsgronden die binnen het project in beheer worden gegeven.
Binnen Dubbel Doel ligt de focus op meerjarige teelten zoals luzerne en grasklaver, aangevuld met granen, mengteelten en wintervoedselakkers. Meerjarige teelten brengen rust in het landbouwsysteem: ze beperken de nood aan frequente bodembewerking, zorgen voor een stabielere bodemstructuur en creëren gedurende meerdere jaren een aaneengesloten vegetatie. Dit levert jaarrond leefgebied op voor prooidieren zoals muizen en akkervogels, die essentieel zijn in het voedselaanbod van de Bruine Kiekendief. Tegelijk blijven deze teelten economisch inzetbaar binnen het landbouwbedrijf, onder meer als ruwvoer of eiwitrijke oogst.
Wintervoedselakkers vormen een specifieke toepassing binnen deze volveldse aanpak. Ze blijven geheel of gedeeltelijk ongeoogst tot in het voorjaar en voorzien fauna van voedsel tijdens de winterperiode, wanneer het aanbod in het landbouwlandschap doorgaans beperkt is. Voor landbouwers combineren wintervoedselakkers ecologische meerwaarde met voordelen op het vlak van bodemkwaliteit, teeltrotatie en toegang tot vergoedingen binnen het project.
De concrete invulling van de volveldse teelten gebeurt steeds binnen vooraf afgesproken randvoorwaarden, maar met ruimte voor maatwerk en overleg. Zo kan rekening worden gehouden met de bedrijfsvoering van de landbouwer én met de ecologische doelstellingen van het gebied. Deze aanpak zorgt ervoor dat de maatregelen landbouwkundig haalbaar blijven en tegelijk een blijvende bijdrage leveren aan een functioneel landbouwlandschap voor de Bruine Kiekendief.